Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6344.
5 Men kan trouwens ook in gevallen die wèl onder het artikel vallen in de termen van de beperkende werking à la art. 248 lid 2 denken, waarbij dan toch de soepeler maatstaf van art. 6:23 kan worden gebezigd. Vgl. HR 21 juni 1996, NJ 1996, 698 over het bekende geval dat de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde met betrekking tot de financiering bevat en de koper zich niet voldoende inspant om deze te verkrijgen. In zo'n geval kan men de constructie van art. 6:23 bezigen (de koper heeft de vervulling van de voorwaarde teweeggebracht, zodat - indien redelijkheid en billijkheid dat verlangen - de voorwaarde als niet vervuld geldt); maar het hof ging ervan uit dat de voorwaarde vervuld was, maar dat de koper zich daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mocht beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1, en de alinea staat in dat document op bytes 20285 tot 21099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a1b2ab95a207c0a81f584b222ad06b35d968f28401f65c4e023f91c03749f1 | shasum -a 256