Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6345.
2.2. De vraag kan worden gesteld of art. 6 EVRM ertoe dwingt desnoods buitenwettelijk een verwijzing op de aangevoerde grond toe te staan. Ik acht in dit geval de noodzaak daartoe niet aanwezig. Voor gevallen waarin een verzoeker bevreesd is dat een wraking hem niet zal helpen omdat, wanneer de rechter(s) na inwilliging van zijn wrakingsverzoek wordt/worden vervangen, voor de nieuw aan te wijzen rechter(s) uit hetzelfde gerecht dezelfde wrakingsgrond zal gelden, biedt de wet een oplossing. Krachtens art. 3 van de Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten zijn de president, de (cöordinerend) vice-presidenten van en de raadsheren in een gerechtshof van rechtswege raadsheer-plaatsvervanger in de overige gerechtshoven. Langs deze weg hadden, zo nodig, leden van een ander gerechtshof kunnen worden aangewezen om als raadsheer-plaatsvervanger in het Haagse hof de zaak te behandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc, en de alinea staat in dat document op bytes 10123 tot 11037.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc | shasum -a 256