Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6345.

2.5. Subonderdeel Ib richt zich tegen de passage in rov. 4 achter het tweede gedachtenstreepje. Het komt in de praktijk wel voor, dat procespartijen van tevoren zien aankomen dat zich bij iedere rechter in een college eenzelfde grond tot wraking of verschoning zal voordoen of dat procespartijen om een andere reden liever niet hebben dat hun geschil bij een bepaalde rechtbank dient4 en dan in onderling overleg besluiten te procederen voor een andere rechtbank dan die, welke volgens de gewone regels bevoegd zou zijn geweest5. In rov. 4 heeft het hof - in de redenering van het hof: ten overvloede - kennelijk willen zeggen dat deze mogelijkheid destijds ook voor eiseres heeft opengestaan maar dat het nu, in dit stadium van de procedure, voor een dergelijke oplossing te laat is. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting; de motivering is niet onbegrijpelijk. Ook de klacht van subonderdeel Ic treft geen doel. Zoals gezegd, is de passage in rov. 4 achter het tweede gedachtenstreepje slechts een overweging ten overvloede.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc, en de alinea staat in dat document op bytes 13797 tot 14859.