Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6345.

Het tweede lid van deze gedragsregel verbiedt dus niet het optreden als advocaat voor een rechterlijk college, waarin een kantoorgenoot als rechter-plaatsvervanger is benoemd. Wel verbiedt deze regel het optreden als advocaat voor een rechterlijk college indien een kantoorgenoot als rechter-plaatsvervanger (of in enige andere functie, bijv. als griffier) daadwerkelijk bij de behandeling van de zaak is of zal worden betrokken. Schending van deze gedragsregel door een advocaat kan leiden tot disciplinaire sancties. Hierover is één tuchtrechtelijke uitspraak bekend13. Daarnaast vindt controle plaats door het rechterlijk college zelf: doorgaans is uit het dossier zichtbaar of de advocaat/rechter-plaatsvervanger, dan wel een van diens kantoorgenoten, bemoeienis heeft gehad met de zaak. Mocht de controle vooraf tekort schieten, dan is er steeds de mogelijkheid van wraking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc, en de alinea staat in dat document op bytes 20002 tot 20897.