Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6345.

2.12. In art. 6 EVRM is het recht op een eerlijke en openbare behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht verankerd14. Zoals bekend, hanteert het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bij de beoordeling van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid een subjectieve en een objectieve maatstaf15. De subjectieve benadering zoekt naar de “personal conviction of a given judge in a given case”. Daarbij geldt: “the personal impartiality of a judge must be presumed until there is proof to the contrary” (EHRM 24 mei 1989, NJ 1990, 627, rov. 47). Omdat eventuele vooringenomenheid van een rechter voor een procespartij in het algemeen moeilijk op te sporen is, hanteert het EHRM daarnaast een objectieve benadering. In het Engels wordt het onderscheid wel aangeduid als actual bias tegenover appearance of bias. Het EHRM omschrijft de objectieve benadering als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee8695f0e21c53dfd50ff0c217085ddcbb4ba6a319ac4223a43314d915075bc, en de alinea staat in dat document op bytes 21410 tot 22308.