Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.
Voorts verdient opmerking dat, indien de raadsman van de verdachte na verloop van de voor indiening van schrifturen openstaande termijn nog klachten wenst op te werpen, dit altijd bij mondelinge of schriftelijke toelichting van het cassatieberoep zal kunnen geschieden. Indien dergelijke klachten gegrond zijn, zou de Hoge Raad daarop - ook al is de termijn van indiening van middelen overschreden - toch reeds ambtshalve acht behoren te slaan. Zijn de bij zodanige toelichting opgeworpen klachten echter niet gegrond, dan zullen zij - anders dan het geval is ten aanzien van klachten, vervat in een tijdig ingediende schriftuur - in het arrest niet uitdrukkelijk behoeven te worden behandeld. Vanzelfsprekend staat het de verdachte zelf ook vrij om zich tot op de dag van behandeling schriftelijk tot de Hoge Raad te wenden.2
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 7440 tot 8279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e | shasum -a 256