Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.
De leden van de VVD-fractie vragen of de termijnstelling voor het indienen van schrifturen in het wetsvoorstel niet halfslachtig wordt benaderd, nu de verdediging na die termijn altijd alsnog bij mondelinge of schriftelijke toelichting klachten kan opwerpen, zelfs tot op de dag van de behandeling. Ik meen dat van halfslachtigheid geen sprake is. Dergelijke na de schriftuurtermijn aangevoerde klachten behoeven namelijk - anders dan (tijdig) ingediende cassatiemiddelen - geen uitdrukkelijke bespreking in het arrest. Op grond van de huidige praktijk valt te verwachten dat de Hoge Raad er alleen dàn op zal ingaan als de betrokken grond tot cassatie moet leiden. Als de Hoge Raad in zo’n geval casseert is dat in technische zin ambtshalve cassatie, dit in antwoord op de vraag van de leden van de GPV-fractie naar de status van buiten de middelen om aangevoerde klachten. De vraag van deze leden of de verdediging nog antwoord krijgt op dergelijke klachten wanneer de Hoge Raad ze gegrond acht maar afziet van cassatie wegens gebrek aan belang van de verdachte, moet ontkennend worden beantwoord.3
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 8437 tot 9553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e | shasum -a 256