Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.

In de onderhavige zaak, waarin cassatie is ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof, betekent dit dat aan de raadsman niet de stukken van eerste aanleg worden toegezonden noch een requisitoir in appel. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 februari 1999 heeft het hof de pleitnota van de advocaat aan het zittingsverbaal gehecht. Dat proces-verbaal is - naast het veroordelend arrest - aan de raadsman toegezonden inclusief de aantekeningen ten behoeve van het requisitoir en de pleitnotities van mr Bordewijk. Pas op 30 augustus 1999 is bekend geworden dat de raadsman niet beschikte over alle pagina’s van de aantekeningen en pleitnotities. Dat gebrek is hersteld nadat de cassatieschriftuur al was ontvangen. Er is dus geen sprake van dat tweemaal de gelegenheid zou worden gegeven een verzuim te herstellen. De raadsman heeft maar éénmaal geattendeerd op het ontbreken van bepaalde pagina’s. Die ontbrekende pagina’s zijn hem toegestuurd, zij het - dat moet aan de steller van het middel worden toegegeven - bij het scheiden van de markt. Maar die late toezending verhindert de raadsman niet hetzij bij wijze van toelichting nieuwe klachten aan de Hoge Raad voor te leggen, hetzij om verlenging van de schriftuurtermijn te verzoeken. Het laatste is niet gedaan, voor het eerste is nog gelegenheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 13376 tot 14723.