Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.

In de eerste plaats zou kunnen worden bedacht dat het hof een duidelijke omissie heeft begaan door het bestanddeel “opzettelijk” niet in te voegen in de tekst die volgt na het eerste en het tweede gedachtestreepje. Dat er volgens het hof geen andere schrijf- of taalfouten zouden zijn is dan te beschouwen als een duidelijke vergissing van het hof. Niet blijkt dat het hof is uitgegaan van een verkeerde uitleg van art. 140 Sr in die zin dat het hof art.140 Sr ook aanwezig acht als het oogmerk van de organisatie op overtredingen gericht was. Dán zou er van een echte en fatale tegenstrijdigheid zeker sprake zijn. Juist omdat de tekst achter het derde gedachtestreepje wel het woord opzettelijk bevat is er mijns inziens van een omissie door het hof sprake, die de Hoge Raad zou kunnen verbeteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 19876 tot 20693.