Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.
De rechter-commissaris heeft zijn beslissing van 28 oktober 1996 kennelijk genomen - ook de raadsman gaat daarvan uit - op basis van een rapport d.d. 24 oktober 1996 opgemaakt door P. de Bakker en een andere daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dat rapport vermeldt niet slechts dat verdachte een regelmatige bezoeker was van de aan de Mathenesserweg gelegen zaken El Massira en [bedrijf], doch tevens (i) dat er in die zaken geen reguliere handel plaatsvond, (ii) dat er zichtbaar veel gebruik werd gemaakt van GSM-telefoons, (iii) dat verdachte bij de politie bekend was als handelaar van verdovende middelen vanuit een in april 1995 gesloten snackbar, (iv) dat de eigenaar van [bedrijf] in maart 1996 te Brussel was aangehouden in verband met het witwassen van een bedrag ter waarde van f. 7.000.000,-, en (v) dat de observaties met betrekking tot de zaken El Massira en [bedrijf] en verdachte op 21 oktober 1996 CID-matig werden bevestigd. Reeds op grond van de informatie (i) - (iv) was, zo is het hof van oordeel, op 28 oktober 1996 het redelijk vermoeden dat verdachte te dien tijde in verdovende middelen handelde alleszins gewettigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 24479 tot 25636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e | shasum -a 256