Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.

22. Het hof is er klaarblijkelijk van uitgegaan dat ook op het moment dat het proces-verbaal, waarop de rechter-commissaris zich baseerde, werd opgemaakt, in de zaken El Massira en [bedrijf] geen reguliere handel plaatsvond, dat er veel gebruik werd gemaakt van GSM-telefoons, dat verdachte een regelmatig bezoeker was van beide gelegenheden en dat hij bekend was als handelaar in verdovende middelen. De relatie tussen [bedrijf] en vermoedelijke criminele zeer winstgevende activiteiten is af te leiden uit gegeven (iv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 26782 tot 27316.