Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.
23. Het komt mij voor dat jegens iemand, die bekend staat als handelaar in verdovende middelen en die regelmatig etablissementen frequenteert waar onduidelijke handel plaatsvindt en waar kennelijk zeer veel geld omgaat, een redelijk vermoeden van schuld kan worden aangenomen dat hij zich daar bezig houdt met in de Opiumwet verboden activiteiten.12 Het oordeel van het hof acht ik dus wel begrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 27336 tot 27752.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e | shasum -a 256