Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6375.

33. Ik veroorloof mij nog een opmerking over art.422 Sv in het licht van het stelsel dat de Hoge Raad in NJ 1994,427 heeft uiteengezet. De Hoge Raad leerde daar dat de rechter in hoger beroep gebruik mag maken van belastende verklaringen die zijn afgelegd in het voorbereidend onderzoek, die de getuige naderhand ten overstaan van een rechter heeft ingetrokken en die het enige bewijs vormen waaruit verdachtes betrokkenheid bij het strafbaar feit rechtstreeks kan volgen, mits die getuige in hoger beroep is opgeroepen. De getuige behoeft niet eens te zijn verschenen. In dit stelsel is art.422 Sv een vreemd element. Niet alleen kan de appelrechter, zoals mijn voormalig ambtgenoot mr van Dorst in zijn conclusie voor HR NJ 1994,428 al schreef, zonder bezwaar de betwiste verklaring uit de eerste aanleg links laten liggen en belastende verklaringen, in het vooronderzoek afgelegd, voor het bewijs bezigen, maar ook kan hij die verklaringen ten volle benutten als niet enkel de verdachte in eerste aanleg die verklaringen heeft betwist, maar zelfs als de getuige op die verklaringen terugkomt; mits die getuige maar wordt opgeroepen in appel. Het door de Hoge Raad in NJ 1994,427 ontwikkelde stelsel lijkt niet te sporen met de uitleg die art.422 Sv krijgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcc92f5a87fbf0eb686f4cbdec2664e0f80fdddd1ccde66a21546352821fe2e, en de alinea staat in dat document op bytes 35161 tot 36434.