Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6456.
5. Zoals hierboven reeds is opgemerkt is de in de eerste volzin geformuleerde zorgplicht ingevoerd bij de Wet van 24 februari 1993, Stb. 141 en is deze een uitwerking van art. 26 lid 2 SUO. Over deze zorgplicht is het volgende terug te vinden in de diverse stukken van de parlementaire behandeling van de Goedkeuringswet (TK 22 140) ) en de Uitvoeringswet (TK 22 142) van de Uitvoeringsovereenkomst van het Schengen-Akkoord. De Raad van State wijst er in zijn Advies bij het ontwerp van de Goedkeuringswet (22 140 B, p. 30) op dat de verplichting van art. 26 SUO om sancties in de wet op te nemen tegen vervoerders die passagiers zonder de vereiste reisdocumenten vervoeren, afwijkt van Standaard 3.37.1 van Bijlage 9 bij het Verdrag van Chicago ( 7 december 1944, Trb. 1973, 109) die inhoudt dat vervoerders niet beboet zullen worden voor het vervoeren van dergelijke passagiers, tenzij er bewijs is dat erop duidt dat zij nalatig zijn geweest bij het treffen van de nodige maatregelen om zich ervan te verzekeren dat de passagiers beschikken over de vereiste documenten. Volgens de regering (Nader Rapport, p. 29 e.v.) sluit de formulering van het tweede lid van art. 6 Vw aan bij de bedoelde Standaard omdat de vervoerder slechts aansprakelijk is bij schuldige nalatigheid. In zijn Advies bij het ontwerp van de Uitvoeringswet (22 142 B p.9) plaatst de Raad vraagtekens bij de redactie van het voorstel voor art. 6 lid 2 Vw omdat tenlastegelegd en bewezen zal moeten worden dat de vervoerder het <<redelijkerwijs>> te vorderen toezicht niet heeft gehouden en dat meestal niet te doen zal zijn. Het antwoord van de regering op deze kritiek houdt in dat zij niet inziet welke moeilijkheden op het niveau van de tenlastelegging zouden kunnen ontstaan. De gevolgde redactie zou aansluiten bij vergelijkbare regelingen in bijv. de artikelen 74-76 Arbeidswet 1919 en art. 3 Rijtijdenwet 1936, welke bepalingen geen onevenredige verzwaring van de stel - en bewijslast van de vervolgde werkgever zouden opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed, en de alinea staat in dat document op bytes 9653 tot 11707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed | shasum -a 256