Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6456.

“Wij wezen er reeds op dat artikel 6, tweede lid, van de Vreemdelingenwet geen gevolgshandeling bevat. Dan had de delictsomschrijving moeten spreken van een nalatigheid <<waardoor een vreemdeling die niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde vereisten binnen het grondgebied van Nederland is gebracht>>. Dat is thans niet het geval. Het gaat in de voorgestelde redactie om vervoerders door wier tussenkomst vreemdelingen - over wier documentloosheid in dit verband niet wordt gerept - aan een buitengrens of binnen het grondgebied van Nederland worden gebracht. Het gaat dus om vervoerders die vreemdelingen aan een buitengrens of binnen het grondgebied plegen te brengen en die niet voldoende diligent zijn ongeacht of daardoor (..) een documentloze inreis heeft plaats gehad.” en de Nota naar aanleiding van het Eindverslag (22 142, nr. 8, p.6) voegt ter verduidelijking nog toe:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed, en de alinea staat in dat document op bytes 12934 tot 13873.