Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6456.
“Het bewijs voor de nalatigheid zal doorgaans slechts geleverd kunnen worden : a. door vooraf gebleken vormen van weigerachtigheid van de vervoerder, bijvoorbeeld om kennis te nemen van informatie van het departement van justitie met betrekking tot de risicodragendheid van bepaalde lijnen, om adequate instructies te geven aan het personeel of het personeel te controleren voor wat betreft de naleving van de instructies; b. doordat achteraf is gebleken van documentloze aanvoer door tussenkomst van de desbetreffende vervoerder. Wij vestigen nogmaals de aandacht erop, dat het hier gaat om een <<fait materiel>>, dat wil zeggen, een strafbaar feit waarvoor naar de delictomschrijving alleen een objectieve gedraging vereist is. Het OM behoeft geen schuldvorm bij de vervoerder te bewijzen. Mocht de vervoerder menen dat er sprake is van afwezigheid van alle schuld, dan zal hij een schulduitsluitingsgrond moeten aanvoeren.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed, en de alinea staat in dat document op bytes 13881 tot 14856.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed | shasum -a 256