Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6456.

13. Nu in de tekst van de wet geen daderschapsvermoeden is geformuleerd, geef ik de voorkeur aan de laatste uitleg van art. 6 lid 2 Vw, dat wil zeggen een uitleg van de zorgplicht die een wettelijk daderschapsvermoeden benadert. Voor de aansprakelijkheid van de vervoerder en verdeling van de bewijslast tussen vervolgende instantie en de verdachte vervoerder maakt het, zoals uit het voorafgaande volgt, vrijwel geen verschil, of van een wettelijk daderschapsvermoeden wordt uitgegaan of van deze uitleg van de zorgplicht. Het verschil is dat bij een wettelijk daderschapsvermoeden geen aanvullend bewijs nodig is naast de vaststelling dat een vreemdeling zonder de vereiste documenten het grondgebied binnen is gebracht, terwijl voor het bewijs van de zorgplichtschending enig aanvullend bewijs naast de omstandigheid dat een <<documentloze>> vreemdeling binnen het grondgebied is gebracht, noodzakelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed, en de alinea staat in dat document op bytes 22156 tot 23107.