Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6456.

34. Volledigheidshalve merk ik nog op dat voor zover de steller van het middel thans wil aanvoeren dat de dagvaarding ten aanzien van feit 2 nietig is, het middel faalt omdat het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt - het niet ter hand stellen van kopieën van documenten - voldoende feitelijk is omschreven. De daaraan voorafgaande passage, waar het middel op ingaat, is een ten onrechte opgenomen kwalificatieve passage. Vgl. de beschouwingen m.b.t. middel 1.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed, en de alinea staat in dat document op bytes 39386 tot 39867.