Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6456.
49. In het middel wordt als eerste klacht aangevoerd dat die verklaring deels onbegrijpelijk en daarom niet redengevend is voor het bewijs. Die klacht faalt omdat de in het middel bedoelde zin aldus moet worden gelezen dat na het woordje “dat” het woordje “zij” wordt ingevoegd. De betreffende zin luidt dan:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed, en de alinea staat in dat document op bytes 48437 tot 48767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10c02ca5e6787f71c8659dfd768739524b936478ae65d8ee42b43a7013f13fed | shasum -a 256