Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6513.

11 Vgl. Memorie van antwoord (MvA), Kamerstukken II, 1953/54, 915, nr. 5, blz. 3-4. Zie over laatstbedoelde (z.i. onjuiste) prak-tijk ook K.V. Antal, Enkele beschouwingen over de waarde-ring van het incourante aandeel voor de Wet op de Vermo-gensbe-las-ting 1892 en de Successiewet, 1955, blz. 92. Deze praktijk is echter civielrechtelijk goed verklaarbaar; vgl. Asser-Mijnssen-De Haan, 1992, Zakenrecht-I, nrs. 85-86.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6, en de alinea staat in dat document op bytes 41660 tot 42091.