Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6513.
2.1. Van goodwill zijn in de loop der tijd in de literatuur en de jurisprudentie een aantal omschrijvingen gegeven2, die - in de woorden van A-G van Soest in zijn conclusie voor HR 15 januari 1975, BNB 1975/44, blz. 213, r. 41 - "de goodwill telkens onder een ander aspect [bezien]". Als uitgangspunt neem ik de omschrijving zoals die uit de jurisprudentie van Uw Raad naar voren komt (zie HR 20 mei 1953, BNB 1953/190 m.nt. M.J.H. Smeets): "dat de goodwill tot uitdrukking brengt de winstcapaciteit van een bedrijf boven een normaal rendement van het daarin belegde vermogen en boven een normale beloning van (de) arbeid van (de) ondernemer en deze aldus in het algemeen vertegenwoordigt de meerwaarde, welke boven dat vermogen aan het bedrijf kan worden toegekend." Het gaat dan, zoals Aardema het kernachtig heeft gezegd3, om "de capaciteit van de onderneming een inkomen te scheppen boven de algemene rentevoet, uit te drukken als de contante waarde van de toekomstige overwinsten."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6, en de alinea staat in dat document op bytes 7128 tot 8128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6 | shasum -a 256