Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6513.

2.3. Bij het navolgende dient evenwel voor ogen te worden gehouden dat die vaststelling wordt bemoeilijkt aangezien geen sprake is van prijsvorming onder marktcondities, zodat één objectieve prijs voor het geheel - dus met inbegrip van goodwill - ontbreekt. De waarde van de gehele onderneming zal daarom geïnduceerd moeten worden uit de afzonderlijke waarden van al haar bezittingen en schulden. Onder deze omstandigheden ontkomt men feitelijk niet aan een aparte goodwill-, c.q. rentabiliteitswaardering, hoezeer ook dit element in principe is verbonden aan de onderneming als geheel. Vervolgens stuit men dan ook nog op de vraag naar de eventuele fiscaalrechtelijke consequenties van het gegeven5 dat goodwill, overigens evenmin als een onderneming als zodanig, geen 'zaak' in civielrechtelijke zin is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6, en de alinea staat in dat document op bytes 8847 tot 9669.