Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6513.
8.3.4. Bovendien is de feitelijke grond-slag van dit argument uiter-mate zwak. In de gebruikelijke good-willbe-rekening vindt de eliminatie van de 'persoon-lijke' goodwill reeds plaats door middel van de vaststelling van het onder-nemersloon, waarin de persoonlijke eigenschappen van de be-trokkene zijn verdiscon-teerd.51 Niet valt in te zien waarom deze methodiek in de winstsfeer (waaronder met name die ter zake van overlijden, zie par. 6.3.) en in de aanmerkelijk-belang-sfeer geen, en in de suc-ces-siesfeer wel belangrijke uitvoe-ringsproblemen zou opleve-ren.- Zulks geldt te meer in het licht van de bekende 'vlu-cht in de BV' door tal van ondernemers-natuurlijke personen. Na omzet-ting in een BV wordt het goodwill-element van de oorspronkelijke onder-neming immers vervangen door het rentabiliteitselement in de aandelenwaarde-ring. Inhoudelijk noch praktisch maakt dat enig relevant verschil (vgl. par. 7.2. en 7.3.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6, en de alinea staat in dat document op bytes 33874 tot 34817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5277a2329ccd287962e894aa5622a771e50ac0e63c17cc9acdb81d8102f27ad6 | shasum -a 256