Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6527.
2.10 Zoals uit het voorgaande volgt, beoogt art. 35 lid 1 F. te voorkomen dat de schuldenaar na datum faillissement nog zelfstandig een goed aan de boedel onttrekt, óók als hij zich vóór het faillissement tot levering daarvan had verplicht, of dat een individuele schuldeiser zich nog zelfstandig een goederenrechtelijk recht op een goed verschaft en zich daarmee een betere positie verwerft, hetgeen in strijd is met het wezen van het faillissement18. Art. 35 F. is volgens sommige schrijvers dan ook niet meer is dan een (op het eerste gezicht) overbodige19 nadere bepaling van de gevolgen van het feit dat de schuldenaar ingevolge art. 23 F. de beschikking en het beheer over zijn vermogen verliest20.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e033faf4fc5f7b01772dad2037cf9223d77518eaf0d8fd58a878a5e820bae3d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e033faf4fc5f7b01772dad2037cf9223d77518eaf0d8fd58a878a5e820bae3d0, en de alinea staat in dat document op bytes 23125 tot 23847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e033faf4fc5f7b01772dad2037cf9223d77518eaf0d8fd58a878a5e820bae3d0 | shasum -a 256