Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6528.
2.8. Het probleem, waarmee de rechtbank zich geconfronteerd zag, wortelt in het ongebruikelijke petitum van het inleidend verzoekschrift, waarin [verzoekster 1] haar eigen niet-ontvankelijkverklaring verzocht8. De huurder, die een verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn ex art. 28d Hw indient maar zich tegelijkertijd op het standpunt stelt dat de huur niet geëindigd is, loopt de kans in zijn verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. Een gepaste werkwijze in een dergelijke situatie is de indiening van een voorwaardelijk verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn voor het geval (in een andere procedure mocht worden vastgesteld dat) de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. Onder die voorwaarde kan een dergelijk verzoek ook worden toegewezen9.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd, en de alinea staat in dat document op bytes 16570 tot 17361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd | shasum -a 256