Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6528.

2.9. Op dit punt gekomen, dient zich een nieuwe complicatie aan. De algemene bepalingen van de verzoekschriftprocedure (de art. 429a B 429r in de twaalfde titel van boek 1 Rv) zijn niet in werking getreden voor de in art. 28d Hw geregelde verlengingsprocedure10. Niettemin leert de rechtspraak dat deze algemene bepalingen doorgaans overeenkomstig worden toegepast tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit11. Een overeenkomstige toepassing van art. 429n lid 3 Rv heeft tot gevolg dat van een tussenbeschikking eerst hoger beroep openstaat tegelijk met een hoger beroep tegen de eindbeschikking, tenzij de rechter (in dit geval: de kantonrechter) anders bepaalt12. Het gaat in dit geval om een tussenbeschikking. In het dictum van de beschikking van 18 mei 1999 wordt immers niet een einde gemaakt aan het geding omtrent enig deel van hetgeen is verzocht; er wordt slechts een comparitie van partijen gelast. De kantonrechter heeft geen tussentijds hoger beroep toegestaan. Een overeenkomstige toepassing van art. 429n lid 3 Rv leidt dus tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, als prematuur ingesteld13.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd, en de alinea staat in dat document op bytes 17381 tot 18509.