Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6528.
2.11. In HR 10 maart 1955, NJ 1955, 314, is eenmaal een tussentijds hoger beroep tegen een tussenbeschikking geaccepteerd. De dragende overweging was, dat onder omstandigheden de toelating van hoger beroep van interlocutoire beschikkingen tot een versnelde afdoening kan leiden. Onder verwijzing naar die beslissing, wordt in de losbladige Rechtsvordering (Doek/Wesseling-van Gent), aant. 19b op art. 429n, betoogd dat in gevallen, waarvoor de artikelen 429a B 429r nog niet in werking zijn getreden, afzonderlijk hoger beroep van interlocutoire beschikkingen in het algemeen is toegelaten. Van Rossem/Cleveringa (1972), aant. 5 op art. 345 Rv, leert daarentegen dat van appel tegen een tussenbeschikking geen sprake kan zijn. Snijders/Wendels, Civiel appel (1999) nr. 367, stelt onder verwijzing naar NJ 1955, 314, dat tussentijds appel van tussenbeschikkingen in niet-429a-rekestprocedures wel steeds mogelijk lijkt te zijn. Niettemin valt er z.i. veel voor te zeggen, op deze beschikkingen art. 429n lid 3 Rv overeenkomstig toe te passen en tussentijds hoger beroep dus niet toe te staan tenzij de rechter anders bepaalt. Als laatste noem ik H.W. Wiersma, Tussenoordelen en eindbeslissingen (diss. 1998, nrs. 151-152 en passim), die in het algemeen grote bezwaren heeft tegen ieder wettelijk verbod van tussentijds appel. Voor het komend recht lijkt de teerling geworpen14. In wetsontwerp 26 855, art. I onder Y, wordt het wettelijk verbod van tussentijds hoger beroep in rekestprocedures (tenzij de rechter anders bepaalt) gehandhaafd in het ontwerp-artikel 358 lid 3 en zelfs uitgebreid tot alle verzoekschriftprocedures. In art. I onder K, ontwerp-art. 337 lid 2, wordt het wettelijk regime, zoals dat thans reeds geldt voor verzoekschriftprocedures waarop art. 429n lid 3 Rv van toepassing is, ook ingevoerd voor rolprocedures15. Het argument daarvoor is de versnelling van de procedure. Op het eerste gehoor klinkt het merkwaardig dat het argument, dat eerder werd gebruikt om tussentijds appel wel toe te staan (nl. de versnelling van de procedure), nu wordt gebruikt om tussentijds appel af te wijzen. Dit heeft echter te maken met de categorie van zaken, waarop men het oog heeft. In zaken waarin een tussentijds appel leidt tot bekrachtiging van het vonnis van de eerste rechter betekent een tussentijds appel vertraging door de schorsende werking van een appel. Een tussentijds appel kan de instructie van de zaak schaden. In zaken waarin een tussentijds appel leidt tot een andere beslissing betekent een tussentijds appel daarentegen een bespoediging van het geding omdat geen uitvoering behoeft te worden gegeven aan een onjuist tussenvonnis van de eerste rechter. Over de grote linie, is de laatste categorie veruit in de minderheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd, en de alinea staat in dat document op bytes 19343 tot 22107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce401b5b0edb7e1730a0d2cecac88cda3f64ba9fe35fbb1915c619702b2f53cd | shasum -a 256