Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6531.
2.2. Art. 8 lid 6 Wet Bopz bepaalt dat de rechter een onderzoek door deskundigen kan bevelen en bevoegd is deze deskundigen op te roepen. De betrokkene kan zelf getuigen of deskundigen opgeven, die hij wenst te doen horen. Daarnaast kan de betrokkene de rechter verzoeken gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot het benoemen van een deskundige, teneinde de opinie te vernemen van een andere deskundige dan degene die de geneeskundige verklaring heeft opgemaakt. Reeds het wettelijk systeem duidt erop dat de rechter beslist op het verzoek om een contra-expertise vóórdat hij beslist over het al dan niet verlenen van de gevorderde machtiging. In casu is die volgorde niet gehanteerd en komt de in het vooruitzicht gestelde contra-expertise dus als mosterd na de maaltijd. Mogelijk heeft de term “voorlopige machtiging” de rechtbank op een verkeerd spoor gezet. De toewijzing van een machtiging ex art. 2 Wet Bopz heeft echter een definitief en niet een voorlopig karakter. Voor het verkrijgen van een machtiging tot voortgezet verblijf is een nieuwe vordering nodig (art. 15 Wet Bopz).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53ff1eed74db1e595290cb750d013fa1769308bacb4bed3a7786c0f1c74d22af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53ff1eed74db1e595290cb750d013fa1769308bacb4bed3a7786c0f1c74d22af, en de alinea staat in dat document op bytes 6985 tot 8092.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53ff1eed74db1e595290cb750d013fa1769308bacb4bed3a7786c0f1c74d22af | shasum -a 256