Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7039.
1.1.2. In 1981 is [erflater D] (1886 - 1987) een procedure begonnen tegen [erflater A] (1898 - 1992) om afdracht te verkrijgen van de huurpenningen, welke [erflater A] had geïncasseerd bij huurders van kavels van deze terreinen. [Erflater D] stelde dat hij, als nakomeling van een van de vrijgelaten slaven van de weduwe [..], eigenaar van deze terreinen was en gerechtigd was tot de huurpenningen. In dit verband stelde hij dat hij [erflater A] na de dood van diens vader als zijn opzichter (“vito”) over het terrein heeft aangesteld. [Erflater A] heeft gesteld zelf eigenaar van de terreinen te zijn. Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft de eigendomsvraag in het midden gelaten en bewijs opgedragen van de gestelde overeenkomst tot afdracht van huurpenningen. Het Gerecht heeft bij eindvonnis van 16 augustus 1982 de vordering van [erflater D] afgewezen4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa, en de alinea staat in dat document op bytes 5789 tot 6663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa | shasum -a 256