Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7039.

2.11. Het hof is van oordeel dat aan één van de vereisten voor verkrijgende verjaring, te weten: de eis van goede trouw, niet is voldaan. Art. 1982 BW-NA (= art. 2000 oud BW-NL) eist voor verkrijgende verjaring een bezit te goeder trouw. Volgens het hof kan geen sprake zijn van bezit te goeder trouw, omdat bekend was dat de plantage door de weduwe [..] is nagelaten aan de gezamenlijke vrijgemaakte slaven en de (rechtsvoorgangers van de) erven [erflater A] dit bovendien uit het plantageregister hebben kunnen opmaken. De erven [erflater A] zouden dus hoogstens mede-eigenaar kunnen zijn, maar hebben niet mogen menen dat zij met uitsluiting van anderen (waarbij het hof zal hebben gedacht aan de andere afstammelingen van de vrijgemaakte slaven) eigenaar van de terreinen zijn geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa, en de alinea staat in dat document op bytes 20520 tot 21326.