Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7039.

2.13. Of een bezit te goeder of te kwader trouw is, wordt voor de verjaring bepaald door het ogenblik waarop het bezit is aangevangen: zie art. 1985 BW-NA (= art. 2003 (oud) BW-NL)21. Uit de stellingen van de erven [erflater A]22 valt af te leiden dat in hun zienswijze het bezit van [erflater A] is aangevangen door erfopvolging na het overlijden van diens vader, [..], op 29 maart 1953. Op een bijzondere titel van aankomst is geen beroep gedaan, zodat onderzocht moet worden wat [erflater A] van zijn vader verkreeg: was vader [..] slechts houder voor een ander, dan heeft [erflater A] door vererving slechts het houderschap van de grond verkregen en niet het bezit (vgl. art. 1978 BW-NA = art. 1996 oud BW-NL). Volgens de erven was grootvader [..] zelf ook bezitter; over de wijze waarop de grootvader in het bezit van de grond zou zijn gekomen, hebben de erven [erflater A] zich bij gebrek aan wetenschap niet uitgelaten; zij hebben slechts gesteld dat de grootvader in of omstreeks 1926 op de grond een huis heeft gebouwd. Wordt vastgesteld dat [erflater A] het bezit (dus meer dan alleen houderschap) verkregen heeft, dan kan zonodig beroep worden gedaan op het wettelijk vermoeden dat het bezit te goeder trouw is geweest zolang kwade trouw niet is aangetoond. Onroerend goed is per definitie van iemand. Anders dan het hof kennelijk meent, staat deze regel m.i. niet bij voorbaat in de weg aan een verkrijging te goeder trouw door [erflater A] of diens vader. Begrijp ik het betoog van de erven [erflater A] goed, dan heeft dit de strekking dat van oudsher alleen de familie [erflater A] op de grond is blijven wonen, terwijl de andere vrijgemaakte slaven van de weduwe [..] stilzwijgend hiermee hebben ingestemd. Er kán sprake zijn geweest van een (stilzwijgende) boedelscheiding. Het feit dat algemeen bekend is dat de plantage door de weduwe [..] is nagelaten aan haar vrijgemaakte slaven en dat de grond in het plantageregister nog steeds ten name van de vrijgemaakte slaven staat behoeft m.i. aan bezitsverkrijging te goeder trouw niet in de weg te staan. Noch de erfstelling door de weduwe [..] noch de tenaamstelling in het plantageregister sluiten uit dat de grond nadien in andere handen is gekomen; een boedelscheiding bijv. behoeft niet in het plantageregister te zijn ingeschreven. Zelfs indien wordt aangenomen dat de eerste [..], die zich ging gedragen als ware hij eigenaar, niet te goeder trouw was op het ogenblik waarop het bezit een aanvang nam, geldt dat de Hoge Raad in NJ 1999, 301, rov. 3.4, overwoog dat niet is uitgesloten dat een bezitter, die op het tijdstip waarop hij het bezit verkreeg niet te goeder trouw was, op een later tijdstip ten aanzien van dat bezit alsnog te goeder trouw wordt met als gevolg dat vanaf dit laatste tijdstip de gevolgen gelden die de wet aan het bezit te goeder trouw verbindt. In het licht hiervan, mocht het hof m.i. niet zonder meer aannemen dat het bezit van [erflater A] niet te goeder trouw kan zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f77e1c0b12ca7e1ba829a062b3a5beeee4a24035e6d6e1c4823d27533a9e9fa, en de alinea staat in dat document op bytes 22718 tot 25712.