Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7040.

Het hof heeft geoordeeld dat [verweerder] zich door het stellen van zijn eis van audio-videoregistratie een onjuiste voorstelling heeft gemaakt van zijn rechtspositie in deze procedure (r.o. 4.3); dat [eiser] hem daarvoor had moeten waarschuwen en hem had moeten behoeden voor de hoogst schadelijke consequenties daarvan (r.o. 4.4 en 4.5); dat er geen enkele aanwijzing is om aannemelijk te achten dat [verweerder] zich niet door [eiser] zou hebben laten overtuigen, wanneer hem duidelijk zou zijn gemaakt dat dat in zijn eigen belang was, en dat [eiser] zich daarop in ieder geval niet kan beroepen omdat hij [verweerder] onvoldoende en met onvoldoende klem over een en ander heeft ingelicht (r.o. 4.5, gevolgd door een uitvoerig overzicht van het verloop van de gebeurtenissen in de r.o. 4.6.1 - 4.9). Het hof is tot de slotsom gekomen dat [eiser] jegens [verweerder] in zijn bediening in ernstige mate is tekortgeschoten en daarom aansprakelijk is voor de door [verweerder] geleden en te lijden schade (r.o. 4.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95, en de alinea staat in dat document op bytes 11468 tot 12499.