Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7040.
5) Onderdeel I is gericht tegen ’s hofs rechtsoverwegingen 4.4, 4.5. 4.9. en 4.10. Het hof zou bij zijn oordeel dat - kort gezegd - [eiser] [verweerder] niet op voldoende klemmende wijze heeft gewaarschuwd, ten onrechte niet (kenbaar) in zijn oordeel hebben betrokken de stelling van [verweerder], dat hij omstreeks begin augustus 1993 aan [eiser] had meegedeeld dat hij zijn eis van audio- en videoregistratie alsnog wilde laten vallen, indien niet tijdig (vóór 15 september 1993) aan de door het hof verlangde overlegging van bereidverklaringen zijdens deskundigen kon worden voldaan. [Eiser] zou op deze stelling een beroep hebben gedaan in die zin dat daaruit bleek dat [verweerder] wel degelijk wist dat het onverantwoord riskant was die eis nog langer te handhaven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95, en de alinea staat in dat document op bytes 13348 tot 14137.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95 | shasum -a 256