Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7040.

Ook de klachten van subonderdeel d stuiten grotendeels af op het feitelijke en niet onbegrijpelijke karakter van 's hofs beslissing. Die beslissing geeft voorts geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de beroepsaansprakelijkheid van advocaten, gelet op HR 2 april 1982, NJ 1983, 367 m.nt. CJHB en 29 nov. 1991, NJ 1992, 808 m.nt. CJHB, waaruit blijkt, in de formulering van Brunner, dat de advocaat zijn cliënt niet onnodig een voorzienbaar juridisch risico mag laten lopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dfc75ebab9bc254f65eda08c1bf9e0481345ec4f6e3d99081dba5c425e5af95, en de alinea staat in dat document op bytes 16231 tot 16731.