Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7041.
1.3. De vordering werd gebaseerd op drie grondslagen. In de eerste plaats de wanprestatie of onrechtmatige daad, begaan jegens de zoon; via overeenkomstige toepassing van het (destijds nog niet geldende) artikel 6:107 BW stelden de ouders schadevergoeding te kunnen vorderen. Deze eerste grondslag is door rechtbank (rov. 4) en hof (rov. 4.4) afgewezen en is in cassatie niet meer aan de orde. In de tweede plaats een toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst, waarbij de ouders stellen dat deze overeenkomst voor gedaagden niet alleen verplichtingen schept jegens hen als wettelijk vertegenwoordigers van hun zoon maar ook jegens hen persoonlijk. De derde grondslag is een onrechtmatige daad jegens de ouders persoonlijk, gelegen (a) in de wanprestatie jegens de zoon in de geneeskundige behandelingsovereenkomst, (b) in de gebrekkige opvang van de ouders door de artsen en (c) in de aantasting in de persoon van de ouders, gelegen in een schending van het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven van de ouders4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13, en de alinea staat in dat document op bytes 8591 tot 9677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13 | shasum -a 256