Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7041.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:245 BW rust op de ouders de verplichting het minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Het begrip verzorging en opvoeding omvat behalve kleding, voeding en onderdak ook zorg voor medische behandeling. Mede ter voldoening aan deze eigen verplichting jegens [de zoon] zijn eisers met gedaagden één of meer geneeskundige behandelingsovereenkomsten aangegaan. Omdat zij er ter voldoening aan deze eigen verplichting belang bij hebben dat de opgedragen behandeling naar behoren wordt uitgevoerd, hebben zij een zelfstandige aanspraak op een juiste nakoming door gedaagden. Daarnaast hebben zij ook een zelfstandig belang bij een gezond kind: het is immers aannemelijk dat een gezond kind de ouders meer mogelijkheden overlaat tot inrichting van hun eigen leven dan een kind dat tengevolge van lichamelijke en/of geestelijke gebreken voortdurende aandacht, zorg en inspanning van de ouders nodig heeft. Derhalve gaan zij bovengenoemde overeenkomsten niet alleen aan voor het kind (voor wie zij een prestatie bedingen te weten het verhelpen van een liesbreuk) maar ook voor zichzelf (…). Elke arts die een overeenkomst aangaat met de ouders van een zeer jeugdig kind, kan en moet daarom begrijpen dat hij ook met de ouders pro se een overeenkomst aangaat. (…)” (rov. 7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13, en de alinea staat in dat document op bytes 12929 tot 14255.