Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7041.

“Vervolgens dient te worden vastgesteld of er in het licht van de algemene rechtsregels aangaande de totstandkoming van overeenkomsten, overigens grond bestaat voor het oordeel dat [lees: de ouders, noot A-G] pro se met [lees: de artsen en het ziekenhuis, noot A-G] hebben gecontracteerd. Hierbij dient uitgangspunt te zijn dat wettelijke vertegenwoordigers van een minderjarige, die de minderjarige ter behandeling aan een arts aanbieden en dienaangaande met de arts een overeenkomst sluiten, zulks doen uit naam van de minderjarige omdat diens minderjarigheid (in het bijzonder bij kinderen van de leeftijd die [de zoon] toentertijd had) er toe noopt dat zijn in geding zijnde belangen voor hem door een ander behartigd worden en op de wettelijke vertegenwoordigers terzake een wettelijke zorgplicht rust. In het licht van dit uitgangspunt bezien, is slechts sprake van een door de wettelijke vertegenwoordigers pro se met de arts gesloten overeenkomst, indien de arts - behalve de aan de ouders q.q. aangeboden prestatie tot behandeling van de minderjarige - tevens een (daarvan) te onderscheiden prestatie aan de wettelijk vertegenwoordigers pro se heeft aangeboden en deze is aanvaard, hetzij doordat een en ander met zoveel woorden door partijen is besproken, hetzij doordat dat aanbod en die aanvaarding overigens uit de omstandigheden van het geval moeten worden afgeleid. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13, en de alinea staat in dat document op bytes 14377 tot 15781.