Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7041.
2.6. De veronderstelling in subonderdeel 1b, dat het hof de mening is toegedaan dat een optreden van de ouders namens de zoon uitsluit dat zij tevens voor zichzelf optreden, mist feitelijke grondslag. In rov. 4.5 heeft het hof de te bespreken grief aldus gelezen: of de rechtbank terecht heeft aangenomen dat de overeenkomst niet alleen met de ouders als wettelijk vertegenwoordigers doch eveneens met de ouders pro se is gesloten. Deze vraagstelling impliceert dat het hof rekening heeft gehouden de mogelijkheid dat de ouders bij het aangaan van de overeenkomst in beide hoedanigheden tegelijk optraden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13, en de alinea staat in dat document op bytes 16407 tot 17025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13 | shasum -a 256