Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7041.
2.11. Dat de ouders zich (niet slechts als wettelijk vertegenwoordigers maar ook) persoonlijk betrokken voelen bij de overeenkomst tot geneeskundige behandeling van hun kind behoeft geen toelichting. Het gaat in dit geding echter om de juridische vraag, ten opzichte van wie de overeenkomst rechten en verplichtingen schept. De kenmerkende prestatie, welke van de kant van de artsen en het ziekenhuis moet worden geleverd, is de behandeling van de patiënt. De kenmerkende prestatie, welke van de andere kant moet worden geleverd, is het betalen van de rekening. Wanneer ouders pro se worden beschouwd als partij bij de overeenkomst is de consequentie dat zij ook pro se voor de rekening kunnen worden aangesproken. Nu lijkt dit een betrekkelijk theoretisch probleem, want in Nederland zijn degenen die in een ziekenhuis worden opgenomen doorgaans verzekerd tegen ziektekosten, hetzij bij een particuliere verzekeringmaatschappij hetzij via het ziekenfonds. Maar ook nu dat zo is, is het niet onbegrijpelijk dat het hof ervan uitgaat dat de artsen en het ziekenhuis, behoudens aanwijzing voor het tegendeel, één persoon als hun materiële wederpartij mogen beschouwen, dus: als degene aan wie zij de rekening mogen sturen. In dit geval is de zoon als de materiële wederpartij beschouwd. Het middel betoogt niet dat uitsluitend de ouders de materiële contractspartij zijn; het middel betoogt slechts dat de ouders materiële contractspartij zijn náást hun zoon. Meer in het algemeen, is niet onbegrijpelijk dat het hof tot uitgangspunt neemt dat een partij bij een overeenkomst ervan mag uitgaan dat degene met wie hij de overeenkomst sluit slechts in één hoedanigheid tegelijk optreedt tenzij er een aanwijzing is dat deze in meer dan één hoedanigheid handelt. Degene die in meer dan één hoedanigheid tegelijk handelt, terwijl dit niet zonder meer uit de situatie kenbaar is, zal dit dus aan de wederpartij kenbaar moeten maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13, en de alinea staat in dat document op bytes 22647 tot 24600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13 | shasum -a 256