Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7041.
2.16. Het subonderdeel impliceert de dubbele eis dat de artsen en het ziekenhuis, toen zij de behandelingsovereenkomst sloten, zouden stilstaan bij de mogelijk ernstige gevolgen van mogelijke fouten in de behandeling van de zoon en daaruit de gevolgtrekking zouden maken dat zij, door de zoon in behandeling te nemen, zich ook jegens de ouders contractueel verbonden. Voor deze laatste eis is in het destijds geldende en ook in het huidige recht m.i. onvoldoende steun te vinden13. Uitgaande van het in alinea 2.7 aangehaalde criterium, gaat het erom, welke verwachtingen partijen hebben gehad of moesten hebben ten aanzien van de identiteit van de partijen die contractspartij werden. Dit criterium sluit aan bij de gang van zaken op de “werkvloer” bij het sluiten van de overeenkomst. Het hof was niet gehouden het in dit subonderdeel bepleite standpunt te aanvaarden. De in feitelijke aanleg op dit punt ontwikkelde stellingen noopten het hof niet ertoe, de motivering verder uit te werken dan het hof heeft gedaan. De slotsom is dat ook subonderdeel 1f geen doel treft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13, en de alinea staat in dat document op bytes 29257 tot 30347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4de7291342ff586d802ef07d06c003c3697e4efe35552abe7f173e17eab0eb13 | shasum -a 256