Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7048.
11. Was de vordering tot schadevergoeding op 1 september 1994 volgens het daarvoor geldende recht verjaard, dan kan de vordering niet herleven en blijft het nieuwe vierde lid buiten toepassing. Ik zou althans niet ervoor voelen op grond van redelijkheid en billijkheid hier te opteren voor terugwerkende kracht van de nieuwe regeling, hoezeer ook kan worden onder-schreven dat het bij vorderingen ter zake van sexueel misbruik gaat om opzettelijk toegebracht leed van een soort dat voor het slachtoffer het moeilijkst te verwerken pleegt te zijn terwijl deze verwerking veel tijd pleegt te kosten. Dat de redelijkheid en billijkheid ook hier een rol zouden kúnnen spelen, kan worden afgeleid uit art. 75 Overgangswet. Ik meen echter, zoals ik ook elders betoogde, dat een terughoudend gebruik moet worden gemaakt van de mogelijkheid de toets van de redelijkheid en billijkheid toe te passen op het terrein van het overgangsrecht zelf; dat geldt met name in gevallen waarin in het materiële recht dat volgens de "harde" regels van overgangsrecht van toepassing is, aan de hand van de redelijkheid en billijkheid een aanvaardbare oplossing kan worden bereikt. Daarvan kan mijns inziens worden gesproken sinds de hiervoor genoemde jurisprudentie van Uw Raad, inhou-dende dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 bij vorderingen ter zake van sexueel misbruik niet kan aanvangen zolang het slachtoffer niet in staat is zijn vordering geldend te maken omdat het de misbruikervaringen nog onvoldoende heeft ver-werkt. Bij de beantwoording van de vraag wanneer een slachtof-fer in staat moet worden geacht zijn vordering geldend te maken, kan meewegen dat het nieuwe vierde lid is uitgegaan van een termijn van twaalf dan wel vijftien jaar na het meerderja-rig worden van het slachtoffer. (Zie over de redelijkheid en billijkheid en art. 75 Overgangswet mijn hiervoor genoemde Monografie, nr. 20 met verdere verwijzingen naar onder anderen Hartkamp, die een wat "ruimhartiger" standpunt lijkt in te nemen met betrekking tot de redelijkheid en billijkheid in het overgangsrecht.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b910f33b4799c1656cc37ee48d40e3866d62befc1081454b54723ecc3a494f25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b910f33b4799c1656cc37ee48d40e3866d62befc1081454b54723ecc3a494f25, en de alinea staat in dat document op bytes 30355 tot 32497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b910f33b4799c1656cc37ee48d40e3866d62befc1081454b54723ecc3a494f25 | shasum -a 256