Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2000

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7151.

5.3. In verband met de termijnen, gesteld in art. 11, lid 3, 16, lid 3 en 20, lid 3 is het noodzakelijk dat geen twijfel mogelijk is omtrent het tijdstip waarop een belastingaanslag tot stand komt. Ingevolge art. 5 AWR geschiedt de vaststelling van een belastingaanslag door het ter zake daarvan opmaken van een aanslagbiljet door de inspecteur en geldt de dagtekening van het aanslagbiljet als dagtekening van de vaststelling van de belastingaanslag. Dat een aanslagbiljet de belastingplichtige mogelijk pas bereikt na afloop van de aanslagtermijn is niet relevant,18 tenzij zou blijken dat de verzending plaatsvond na de datum van dagtekening.19 Een failliet die een aanslagbiljet eerst na afloop van de bezwaartermijn van zijn curator ontving en zich beriep op de omstandigheid dat hij door het optreden van de curator in zijn faillissement in de onmogelijkheid was gesteld die termijn in acht te nemen, kreeg van u nul op rekest.20 Als een naheffingsaanslag betrekking heeft op een tijdvak dat deels buiten de naheffingstermijn ligt, wordt de aanslag verminderd met het bedrag dat betrekking heeft op dat gedeelte waarvoor de termijn verstreken was op het moment waarop het desbetreffende aanslagbiljet rechtsgeldig verzonden werd.21

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48e8b146a4d08c4fab1bb6f5e574b4a1cda4cbdb3b7937aade64a75307245443. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48e8b146a4d08c4fab1bb6f5e574b4a1cda4cbdb3b7937aade64a75307245443, en de alinea staat in dat document op bytes 30637 tot 31888.