Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2000

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7239.

Wat betreft de contractuele aansprakelijkheid overwoog het hof (r.o. 2.7) dat voorshands moet worden aangenomen dat de vraag of de kwaliteit van de geleverde partij bloedplasmapoeder in overeenstemming was met die van het monster niet meer met voldoende zekerheid kan worden beantwoord, welke onzekerheid voor risico van VSCI komt. Dit leidde tot de voorlopige conclusie dat het plasmapoeder niet de eigenschappen had die de koper ervan mocht verwachten (r.o. 2.8). Tegenbewijs tegen deze voorlopige conclusie staat voor VSCI open. Het hof verwees de zaak vervolgens naar de rol voor akteverzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93dcf44dd232214dcfa548df403517055e62df9d41835835f4754e4f8f671e5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93dcf44dd232214dcfa548df403517055e62df9d41835835f4754e4f8f671e5f, en de alinea staat in dat document op bytes 12849 tot 13458.