Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2000

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7239.

Voor zover de subonderdelen 3.3 e.v. voortbouwen op het onjuist bevonden uitgangspunt falen zij eveneens. Ook voor het overige worden zij m.i. tevergeefs voorgesteld, omdat ’s Hofs door de subonderdelen bestreden beslissingen niet blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk zijn. Wat de punten b en c betreft: het hof bedoelt kennelijk te verwijzen naar r.o. 2.8, waaruit valt af te leiden dat VSCI door ruiken of proeven van het koude plasmapoeder de oorzaak van de afwijking evenmin als Vladeko op het spoor zou zijn gekomen en dat nader onderzoek in de gegeven omstandigheden (waaronder het feit dat zij Vladeko een monster had verschaft en niet wist waarvoor Vladeko het plasmapoeder precies zou gaan gebruiken) niet van haar kon worden gevergd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93dcf44dd232214dcfa548df403517055e62df9d41835835f4754e4f8f671e5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93dcf44dd232214dcfa548df403517055e62df9d41835835f4754e4f8f671e5f, en de alinea staat in dat document op bytes 30721 tot 31510.