Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2000

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7285.

"De rechtbank is van oordeel dat de kantonrechter in het onderhavige geval, en dus ondanks het feit dat er van uitgegaan moet worden dat [verzoeker] overeenkomstig het in artikel 3 van het Besluit neergelegde wettelijke vereiste is opgeroepen, het beginsel van hoor en wederhoor heeft veronachtzaamd door op het ontbindingsverzoek, dat niet vatbaar is voor verzet of appel, te beslissen terwijl de kantonrechter helemaal niets van [verzoeker] had vernomen, [verzoeker] alleen per gewone post was opgeroepen en de alge-mene ervaringsregels leren dat er een niet geheel te verwaarlozen kans bestaat dat ook juist geadresseerde en per gewone post verzonden stukken de geadresseerde niet bereiken en dat er methoden van verzending bestaan die meer zekerheid bieden dat stukken de geadresseerde (tij-dig) bereiken. Het is een fundamenteel rechtsbeginsel dat degene tegen wie een aan de rechter gericht verzoek zich richt, de kans krijgt zich te verweren, alvorens de rech-ter een beslissing op dat verzoek neemt. Niet uitgesloten is dat [verzoeker] nooit bericht heeft gehad van de datum van de mondelinge behandeling (...)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64adb80c16f46d68851e2fe74029179c0f5fb62364cd26c21ece19044a048e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64adb80c16f46d68851e2fe74029179c0f5fb62364cd26c21ece19044a048e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 15641 tot 16774.