Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7308.

3.4. Het is de vraag of het hof de in de pleitnotities van de raadsman gemaakte opmerkingen over de bewijsgaring, gelet op de juridische context waarin deze naar voren zijn gebracht, mede als een bewijsverweer had moeten opvatten waarop gerespondeerd diende te worden. Als ter terechtzitting met een beroep op concrete feiten en omstandigheden een verweer wordt gevoerd met de stelling dat sprake is geweest van een onrechtmatige bewijsgaring, dient de rechter daarop immers bepaaldelijk een met redenen omklede beslissing te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8b7fa88d1ea5d598c068484dfe267e8153c15ec006427bf5ad75cdd225a1d8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8b7fa88d1ea5d598c068484dfe267e8153c15ec006427bf5ad75cdd225a1d8d, en de alinea staat in dat document op bytes 8102 tot 8649.