Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7308.

3.6. Het hof heeft in hiervoor aangehaalde overwegingen uitdrukkelijk in het midden gelaten of de door de verdediging geschetste feilen in het politieonderzoek juist zijn, zodat in cassatie van de juistheid van het door de verdediging gestelde in zoverre moet worden uitgegaan. Het hof heeft met toepassing van het juiste criterium beslist dat er voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie geen grond bestond. Het hof heeft ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel - inhoudende dat niet is in te zien waarom verdachte wel en anderen niet zijn vervolgd - op correcte wijze verworpen, omdat uit 's hofs overwegingen volgt dat de officier van justitie (ik merk in dit verband uitdrukkelijk op; op basis van het hem ingezonden proces-verbaal) niet naar willekeur heeft gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8b7fa88d1ea5d598c068484dfe267e8153c15ec006427bf5ad75cdd225a1d8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8b7fa88d1ea5d598c068484dfe267e8153c15ec006427bf5ad75cdd225a1d8d, en de alinea staat in dat document op bytes 9094 tot 9901.