Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7308.

Maar over de overige omstandigheden die de verdediging aan het hof heeft voorgehouden heeft het hof zich niet uitgelaten. Aangevoerd is dat de politie heeft geweigerd de aangifte van verdachte en de zijnen op te nemen. Dat is in strijd met de verplichting die in art. 163 lid 5 Sv is neergelegd; opsporingsambtenaren zijn verplicht aangiften te ontvangen.2 Weliswaar heeft de Hoge Raad eerder geoordeeld dat eventuele partijdigheid van het politieoptreden niet aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg staat, reeds omdat een strafrechtelijke vervolging juist met zich meebrengt dat de uit het politieonderzoek naar voren gekomen gegevens kunnen worden getoetst en aangevuld,3 maar dan blijft thans nog wel de mogelijkheid bestaan dat op een weigering om een aangifte te ontvangen een andere sanctie, in art.359a Sv genoemd, volgt. Ik moge verwijzen naar een recente uitspraak van de Hoge Raad waarin de Raad aan een door het gerechtshof verkeerd ingeschatte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer weliswaar geen niet-ontvankelijkheid verbond, maar wel het volgende overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8b7fa88d1ea5d598c068484dfe267e8153c15ec006427bf5ad75cdd225a1d8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8b7fa88d1ea5d598c068484dfe267e8153c15ec006427bf5ad75cdd225a1d8d, en de alinea staat in dat document op bytes 9909 tot 11017.