Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2000

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7362.

De vrouw heeft ontkend dat zij met de man vóór het huwe-lijk over het spaartegoed heeft gesproken; zij heeft voorts betwist dat partijen voor het aangaan van het huwelijk over het maken van huwelijk-se voor-waarden hebben gesproken. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de man - kennelijk - geen huwelijkse voorwaarden heeft willen maken ondanks het feit dat partijen niet even-veel inbrach-ten en dat het niet aangaat met gebruik-making van de billijkheid te repa-reren dat geen huwelijkse voor-waarden zijn gemaakt. In dat verband betoogde zij dat op haar geen enkele wettelijke (of zelfs morele) plicht rustte de man iets mede te delen over de gelden waarover zij door en bij het aangaan van het huwelijk niet (meer) zou kunnen en mogen be-schikken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3046f34028e338355c98a241464930377b6f4bea9c71222690360fe5fec8dfbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3046f34028e338355c98a241464930377b6f4bea9c71222690360fe5fec8dfbd, en de alinea staat in dat document op bytes 7765 tot 8539.