Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2000
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7362.
10. Uit het voorgaande volgt dat het middel slaagt en dat 's Hofs arrest niet in stand kan blijven. Verwijzing zal moeten volgen ook met het oog op de vraag welke ver-goe-ding als redelijk kan worden aangemerkt voor het gebruik dat de man heeft gemaakt van het aan de vrouw toeko-mende deel van het vermo-gen, een vraag die tot nu toe uitsluitend is beoordeeld uitgaande van de veronderstelling dat de man wegens overbede-ling slechts weinig meer behoefde te beta-len dan hij zelf reeds had aange-nomen nu uit zijn eigen stel-lingen voortvloeide dat hij f 20.000,- à f 25.000,- wegens overbedeling verschul-digd zou zijn. (Zie het tus-senvonnis en het eindvonnis van de Recht-bank, rechtsover-we-ging 46 en 47 resp. rechts-over-weging 14; zie voorts rechtsoverweging 4.7.4 van het arrest van het Hof.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3046f34028e338355c98a241464930377b6f4bea9c71222690360fe5fec8dfbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3046f34028e338355c98a241464930377b6f4bea9c71222690360fe5fec8dfbd, en de alinea staat in dat document op bytes 24411 tot 25226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3046f34028e338355c98a241464930377b6f4bea9c71222690360fe5fec8dfbd | shasum -a 256